About Report a problem

Menu

ἀποχρήω

ἀπο-χρήω, Ion. ἀποχράω, ἀποχρείω, ἀποχρέω [1. χρήω]
1.  act. voldoen, volstaan, genoeg zijn; met dat.: οὐδ’ ἀπέχρησε τῇ στρατιῇ ... πινόμενος hij (rivier) leverde niet voldoende drinkwater voor het leger Hdt. 7.43.1; ἀπόχρη μοι τοσοῦτον zoveel is voor mij genoeg Isocr. 5.28; met inf.: ἀποχρῶσι ... ἑκατὸν νέες ταύτας πάσας χειρώσασθαι honderd schepen volstaan om al deze landen te onderwerpen Hdt. 5.31.3; ptc. ἀποχρῶν toereikend; onpers. het is genoeg; met dat. en inf.: ἀποχρᾷ ... μοι ... ὅσια ... ποιέειν het volstaat voor mij fatsoenlijk te handelen Hdt. 9.79.2; met dat. en ptc.: σφι ἀποχρᾶν κατὰ τὸ ἥμισυ ἡγεομένοισι (ze zeiden) dat zij genoegen namen met de leiding van de helft Hdt. 7.148.4.
2.  med.
a.  voldoende hebben aan, tevreden zijn met; met dat.: ἀποχρεωμένων ... τούτοισι τῶν Μυσῶν terwijl de Mysiërs daarmee tevreden waren Hdt. 1.37.1; met inf.: οὐκ ἀπεχρᾶτο μούνων Μήδων ἄρχειν hij was er niet tevreden mee alleen te heersen over de Meden Hdt. 1.102.1; onpers. het is genoeg: σφι ἀπεχρᾶτο ... ἡσυχίην ἄγειν zij vonden het prima rust te hebben Hdt. 8.14.1.
b.  gebruiken: ἐπικαιρότατον χωρίον πρὸς τὰ ἐπὶ Θρᾴκης ἀποχρῆσθαι de gunstigste plaats om te gebruiken voor acties tegen Thracië Thuc. 1.68.4.
c.  misbruiken, met dat.: εἰς ταῦτα ἀποχρῆσθαι τῷ πλουτεῖν hun rijkdom hiervoot misbruiken Dem. 21.124; abs. doden: ὅσους ἔπεισαν ἐσβῆναι ἐκβιβάζοντες ἀπεχρῶντο alle mannen die zij overgehaald hadden zich in te schepen haalden zij van boord en maakten ze af Thuc. 3.81.2.

Saved

Recent