About Report a problem

Menu

ἀλλόθρους

ἀλλόθρους -ουν, zonder contr. ἀλλόθροος -οον [ἄλλος, θρέομαι] die een andere taal spreekt; alg. vreemd, van een ander: ἀπ’ ἀλλόθρου γνώμας door de raad van een vreemdeling Soph. Tr. 844.

Saved

Recent