About Report a problem

Menu

ῥάττω

ῥάττω, Ion. en koinè ῥήσσω [~ ἀράσσω] aor. ἔρραξα; fut. ῥάξω, stampen, abs.: ῥήσσοντες ἁμαρτῇ terwijl ze allemaal tegelijk op de grond stampten Il. 18.571; slaan, met acc. (op) iets of iem.: τύμπανα ῥ. op de keteltrommen slaan AP 7.709.3; ὅπου ἐὰν αὐτὸν καταλάβῃ ῥήσσει αὐτόν telkens wanneer hij hem overweldigt, beukt hij hem omver NT Marc. 9.18.

Saved

Recent