ἐμ-πάττω, Ion. ἐμπάσσω, sprenkelen, strooien in: διανοίγοντες τοὺς ὀφθαλμοὺς ἐμπάσαι τῆς τέφρας ze de ogen te openen en er een beetje as in te strooien Plat. Lys. 210a; overdr. in ... weven: πολέας ... ἐνέπασσεν ἀέθλους Τρώων ... καὶ Ἀχαιῶν erin (in de mantel) weefde ze vele gevechten van Trojanen en Grieken Il. 3.126; ἐν δὲ θρόνα ποικίλ’ ἔπασσε en ze weefde er veelkleurige draden in Il. 22.441 (tmes.).